You are visiting a website that is not intended for your region

The page or information you have requested is intended for an audience outside the United States. By continuing to browse you confirm that you are a non-US resident requesting access to this page or information. Switch to the US site. 

Advies voor de zorgverlener

DVT (diep-veneuze trombose of een bloedstolsel in de benen) is een veel voorkomende en vrij ernstige aandoening die jaarlijks wereldwijd miljoenen mensen treft. Het goede nieuws is dat de aandoening met de juiste medische behandeling en preventieve maatregelen vrij eenvoudig te voorkomen is.

Waarom is DVT zo'n probleem?

DVT is een onaangename en pijnlijke aandoening, gewoonlijk in de kuit of dij, met potentieel ernstige complicaties. Als een stukje van het bloedstolsel afbreekt en in een long vast komt te zitten (longembolie), kan dat een dodelijke afloop hebben. Longembolie is de belangrijkste oorzaak van onverwachte sterfgevallen onder ziekenhuispatiënten.

Zelfs een eenvoudig geval van DVT leidt tot complicaties op de lange termijn, waaronder chronische beenzweren die mogelijk niet genezen, bij maar liefst 50% van de patiënten [1].

Waardoor ontstaat DVT?

Na een operatie of ziekte kan het bloed dikker en plakkeriger worden. Dat is de natuurlijke reactie van het lichaam om ervoor te zorgen dat wonden of plekken met een ontsteking niet overmatig bloeden. Het probleem is dat deze reactie ook aanleiding kan geven tot de vorming van stolsels in de diepe aders van het been. En bij lagere mobiliteit wordt de bloedsomloop in de benen trager, wat ook de vorming van stolsels kan stimuleren. Daarom is vroegtijdige mobiliteitsrevalidatie na een operatie of ziekte zo belangrijk.

Wie loopt er risico?

Sommige mensen krijgen eerder DVT, bijvoorbeeld ziekenhuispatiënten die een operatie hebben ondergaan, mensen die niet in staat zijn om rond te lopen en mensen met een genetische aanleg. Maar het kan iedereen overkomen.

Wat kan ik doen om DVT te voorkomen?

De belangrijkste preventiemaatregelen zijn gericht op het in stand houden van de bloedsomloop; zelfs als u niet kunt lopen, kunt u nog andere dingen doen die goed zijn voor uw bloedsomloop. Maar overleg eerst met uw arts, die u kan adviseren over oefeningen die voor u geschikt zijn.

Diep ademhalen. Dit helpt om het bloed naar de borst te trekken, stimuleert de bloedsomloop en biedt nog andere voordelen. 

Uw benen omhoog doen. De zwaartekracht laat het bloed makkelijker uit uw benen wegstromen wanneer uw voeten op een krukje rusten of het voeteinde van uw bed iets hoger wordt gezet. 

Beenoefeningen. Die kunt u zowel in bed als op een stoel worden gedaan, gewoonlijk meerdere malen per uur. Het is belangrijk dat u zo snel mogelijk opstaat en weer begint te lopen.

Uw arts kan u ook medicijnen (tabletten of injecties) voorschrijven om de vorming van bloedstolsels tegen te gaan en/of u speciale elastische of opblaasbare kousen geven.

Ga voor meer informatie naar het gedeelte over behandelingsopties [link naar pagina] of download de patiënteninformatiebrochure van Arjo.

Literatuurverwijzingen

1. Kahn SR, Solymoss S, Lamping DL et al. "Long-term Outcomes After Deep Vein Thrombosis: Postphlebitic Syndrome and Quality of Life." J Gen Intern Med. 2000; 15(6): 425–429.