You are visiting a website that is not intended for your region

The page or information you have requested is intended for an audience outside the United States. By continuing to browse you confirm that you are a non-US resident requesting access to this page or information. Switch to the US site. 

NLBANNER.jpg

Verantwoording & Literatuur StatMan

Verantwoording & Literatuur

Verantwoording

Bij het ontwikkelen van de StatMan© is gebruik gemaakt van de literatuur die achter in deze handleiding is vermeld. We bevelen deze literatuur ook aan wanneer er behoefte is aan meer achtergrondinformatie. Wij beperken ons tot een summiere inhoudelijke verantwoording van de StatMan©.

Het verband tussen statische belasting en het ontstaan van klachten is tamelijk goed gedocumenteerd. Vooral over het gebied rond de schoudergordel is veel bewijsmateriaal
voorhanden (Hagberg et al., 1995; Waters et al., 1991). Het gaat echter om vrij globale indicaties dat er inderdaad een verband bestaat. De gezondheidkundige grenswaarden, bijvoorbeeld bij welke houding en bij welke duur er risico’s optreden, worden beperkt aangegeven. Bij het zoeken naar informatie daarover komen de volgende gegevens en onderzoeksresultaten naar voren.

De gevolgen van statische belasting zijn op verschillende manieren in kaart te brengen. Er kan gekeken worden naar de tijd waarin iemand een bepaalde houding kan volhouden (Miedema et al., 1993). Er blijkt een lineair verband te bestaan tussen het lokale ongemak dat mensen voelen in een bepaalde houding (bijvoorbeeld een zeurderig gevoel in de nek) en de tijd dat iemand die zelfde houding kan volhouden. Miedema en haar collega’s hebben op grond daarvan richtlijnen opgesteld voor de maximaal toelaatbare volhoudtijd van 19 houdingen, op basis van nadere bestudering van de resultaten van zes onderzoeken. Zij komen tot drie klassen van houdingen: goede, middelmatige en slechte houdingen. De eerste categorie van goede houdingen omvat zes houdingen die een maximale volhoudtijd hebben van meer dan 10 minuten. Aanbevolen wordt echter deze niet langer dan 2 minuten achtereen vol te houden. Middelmatige houdingen hebben een maximale volhoudtijd van 5 tot 10 minuten en worden liever niet langer dan 1 minuut volgehouden. Tenslotte worden de slechte houdingen afgeraden. Deze laatste houdingen hebben een maximale volhoudtijd tot 5 minuten. Als beoordelingscriterium geldt daarbij steeds de positie van de handen ten opzichte van de voeten. De stand van het hoofd en deels ook de romp is moeilijker in dit schema in te passen. Niettemin vormden de gegevens van Miedema et al. een belangrijke basis voor de StatMan©.

Uit andere onderzoeken blijkt dat naarmate meer kracht nodig is voor een bepaalde handeling, de volhoudtijd zeer snel afneemt (Waters et al., 1991). Naarmate de romp verder voorovergebogen is of wanneer er iets vastgehouden wordt, kan dat een grote rol spelen. Dat is de reden waarom de StatMan© een strengere beoordeling geeft bij activiteiten die ver van het lichaam af liggen.

Naast deze gegevens zijn er ook normen die uitgaan van andere grenzen. Biomechanische grenswaarden spelen daarbij een grotere rol dan bij de ‘volhoudtijd’, die meer psychofysiologisch van aard is. De normen die TNO op dit gebied heeft ontwikkeld zijn internationaal erkend door CEN/ISO-werkgroepen. Voor de romp betekent dit dat een rompbuiging tot 20 graden toelaatbaar is. Vanaf 20 tot  60 graden is buiging ontoelaatbaar, tenzij er ondersteuning van de romp is of wanneer de tijdsduur minder is dan de aanvaardbare volhoudtijd (zie boven). Een verdere rompbuiging is te allen tijde ontoelaatbaar. Ook Chaffin en Andersson (1984) geven aan dat elke buiging boven de 20 graden steeds moeilijker vol te houden is. Rompbuiging achterover is alleen toegestaan bij volledige rompondersteuning.

Voor de arm is een heffing van meer dan 60 graden ontoelaatbaar. De StatMan© volgt deze criteria en wijkt op deze punten af van de systematiek gegeven door Miedema et al.
Ontoelaatbare situaties zijn ook aanwezig bij een buiging in de nek van meer dan 25 graden en voor alle rotaties om de lengte-as (Vink en Dul, 1994; Visser, 1991). Verder dient het heffen van de schoudergordel vermeden te worden (Visser, 1991). De StatMan© kan deze houdingen niet weergeven.

Deze onderzoeksresultaten geven enerzijds aan dat bepaalde houdingen op zich onaanvaardbaar zijn, ook al duren ze maar kort. Anderzijds is duidelijk dat bepaalde houdingen niet altijd onveilig hoeven te zijn, als ze maar een korte periode duren. Bij een beoordeling zullen dus zowel de duur van de houding als de stand van het lichaam betrokken moeten worden. Niet alleen de afzonderlijke duur van een bepaalde houding dient bij de beoordeling betrokken te worden. Ook de totale duur van alle houdingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn, moet worden beoordeeld. Wanneer deze in totaal, dus alle momenten bij elkaar opgeteld, meer dan 2 uur bedraagt, is er ook sprake van een risicovolle situatie (Vink en Dul, 1994). Behalve de door de StatMan© aangegeven houdingen gaat het daarbij ook om de volgende houdingen:

  • rompbuiging zijwaarts en rotatie;
  • hoofdbuiging naar achteren, zijwaartse buiging en rotatie en naar voren verder dan 25 graden;
  •  overige extreme gewrichtsstanden 

Ten slotte dient opgemerkt te worden dat de nadelige gevolgen van statische belasting vaak pas op langere termijn merkbaar worden (Hagberg et al., 1995). Het kan dan echt om enkele jaren gaan. De afwezigheid van klachten op korte termijn hoeft dus geen aanwijzing te zijn dat de situatie gezondheidkundig aanvaardbaar is.

Samengevat helpt de StatMan© bij het in kaart brengen van risicovolle houdingen. De conclusies van de StatMan© sluiten bijvoorbeeld aan bij de recente ontwikkelingen rondom Praktijkrichtlijnen fysieke belasting in de zorg (zie bijvoorbeeld Knibbe en Knibbe, 2002).

Voor een meer gedetailleerde risico-inventarisatie zal naast de houdingssimulatie met de StatMan© ook in kaart moeten worden gebracht hoe lang de houdingen worden ingenomen.

Daar zijn twee redenen voor; een houding kan op zichzelf een risico in zich bergen, maar het is ook mogelijk dat een op zich niet zo belastende houding risicovol wordt door de duur waarin de houding wordt aangenomen. Ten slotte kan de totale duur van allerlei verschillende houdingen aanwijzingen geven voor overbelasting.

J J. Knibbe
N.E. Knibbe
LOCOmotion

Literatuur

Baty, D., D.A. Stubbs, Postural stress in nurses, Robens Institute, Surrey, 1986.
Chaffin, D.B., G. Andersson, Occupational Biomechanics, John Wiley & Sons, New York, 1984.
Chaffin, D.B. et al., 3D SSPP(™),University of Michigan, Center for Ergonomics, Michigan, USA, 1998. .
Hagberg, M., Silverstein, B., et al., Work related musculoskeletal disorders, Taylor and Francis, Londen, 1995.
Knibbe, J.J., H.W.A.T. Kersten, R.D. Friele, Rotterdam in de Lift, NIVEL, Utrecht, 1994.
Knibbe, J.J., N.E.Knibbe, Werkpakket Aanpak Fysieke Belasting, Sectorfondsen Zorg en Welzijn, V&V branche, Utrecht, 2002.
ARJO, Van transferbeleid naar preventiebeleid, ARJO Nederland B.V., Tiel, 1996. 
Miedema, M.C., M. Douwes, J. Dul, ‘Ergonomische aanbevelingen voor de volhoudtijd van statische staande houdingen’, Tijdschrift voor Ergonomie,18, 2, 1993, p. 7-11.
Vink, P., J. Dul, Lichamelijke belasting tijdens arbeid, Wetgeving en oplossingen, met ervaringen uit het bedrijfsleven, TNO, Kerkebosch, Zeist, 1994.
Visser, B., ‘Nek- en schouderklachten in relatie tot arbeid’, Cesar, 22, 9, 1991, p. 53-56.
Waters, T.R., V. Putz-Anderson, Scientific support documentation for the revised 1991 NIOSH Lifting Equation, NIOSH, Springfield, 1991